Transmutation d'une brique
Elise Hoebeke
Project
*Kan in verschillende uitlijningen worden geplaatst en zijn daarom zeer veelzijdige sieraadcomponenten. Glanzen minder dan briljant geslepen diamanten en zijn daarom mogelijk niet de optimale keuze.* Stenen worden gemaakt om een huis, een gebouw, een toekomst en dromen te bouwen. Wanneer ze echter hun tijd hebben gehad, krijgen deze stenen geen ander gebruik en worden ze vaak als een stapel bewaard. Hoewel de steen belangrijk is binnen onze Belgische cultuur, heeft het weinig waarde als element op zich. Ze krijgen pas betekenis wanneer ze samen worden gestapeld: één steen wordt betekenisvol dankzij een ander. De afmetingen van de in massa geproduceerde steen die naadloos aansluiten bij menselijke proporties (en vooral een hand) hebben mijn verbeelding aangesproken. De drie gaten in de steen maakten me nieuwsgierig en ik wilde de steen van binnenuit bestuderen. Het gat in de steen werd een armband. Die eenvoudige handeling van snijden en vijlen van de steen overtuigde me ervan om de steen verder te bestuderen als verbindingselement tussen architectuur en sieraden. Ik werd nog meer overtuigd door de ondertitel van "L'ordre de la brique" van Alain Guiheux: « L'architecture, c'est la transmutation d'une brique sans valeur en une brique en or. » Zo'n titel die direct naar de combinatie van deze twee werelden verwees, leek geen toeval meer te zijn. Tijdens mijn zoektocht naar andere manieren dan architectuur om waarde aan een steen te geven, ontdekte ik er een met een uitsnijding die me visueel aan een baguetteslip deed denken. Het trof me ook als interessante overeenkomst dat zowel de steen als de baguetteslip edelstenen geen functie of waarde in zichzelf hebben; hun waarde hangt af van het grotere geheel, met meer stenen. Bovendien inspireerde de gelijkenis in "facetten" me om de ene "steen" in een ander om te zetten - en de verschillende stadia ervan te benadrukken. Zo ontstond een serie steensnijdingen die een onverwachte brug vormen tussen architectuur en sieraden. Ik snijd de stenen met de hand - wat een langzame, nauwkeurige en intensieve werkwijze is. Daarbij gebruikte ik zowel handgemaakte stenen als (in contrast) machinaal vervaardigde. Naast een vormverandering vond ook een materiaalverandering plaats. Als aanvulling op de steenserie sneed ik een aantal edelstenen in steenformat; uit een kristal vergelijkbaar met rood jaspis. Een sjabloon van oranje acryl is mijn laatste manier om aan te tonen hoe architectuur en sieraden met elkaar samenhangen. Het sjabloon, het fictieve "meetinstrument", verwijst naar de gereedschappen die nodig zijn voor het maken van analoge plannen of het tekenen van ornamenten. De twintig uitsnijdingen - transmutaties - in het sjabloon verwijzen naar de gelijkaardige proporties tussen steen en edelstenen. Mijn onderzoek resulteerde in een serie gemanipuleerde, 'getransmuteerde' stenen met een directe link naar het lichaam (hand), ambacht (slijpen), edelstenen (facetteren) en sieraden (waarde) in het algemeen. Daarnaast worden gestandaardiseerde meetsystemen onderzocht en ter discussie gesteld. Het gebruik van fictie en verbeelding is een metafoor voor het zoeken naar nieuwe mogelijkheden en het ontsnappen aan opgelegde standaardisering.